Sep 23

Pangandaran is e en

klein plaatsje bij een schiereiland aan de zuid-kust van Java. Er wordt geleefd van de visvangst, maar ook van de rijstoogst, kokosnoten, toerisme en het verkopen van eten. Het is hier erg rustig in vergelijking met de andere plekken waar ik geweest ben in Java. Ik had echt rust nodig en die heb ik hier goed gevonden. Ondertussen ben ik hier nu alweer bijna een week. Wat heb ik allemaal gedaan vraag je je waarschijnlijk af? Nou ik zal het even vertellen!

Van woensdag tot en met vrijdag heb ik helemaal niets bijzonders gedaan. Ik werd elke dag rond 9 uur wakker, genoot van een BananaPancake ontbijt met koppies thee. Daarna las ik een boek of Quest die ik hier gevonden had. Rond het middaguur liep ik het kleine straatje uit waar het guesthouse aan ligt en liep het strand op. Ik was dan standaard de enige daar. Ik legde m’n handdoek neer, maakte een heuveltje zand om m’n hoofd op te leggen zodat ik lekker kon lezen. Ik nam eens een verkoelende duik in de ruige golven en zorgde ervoor dat ik niet te diep ging. De stroming is erg sterk. Rond een uur of 5 dwarrelde ik dan eens terug naar ‘t guesthouse waar ik de enige backpacker was. Verder was er niemand. Na een douche en nog effe wat lezen op m’n balkon ging ik eens ergens eten. Soms had ik wel iemand ontmoet of in het restaurant zelf ontmoette ik iemand en at ik gezellig daar samen mee. Genoot van een halve liter Bintang bier voor 1.50 euro en was gelukkig!

Zaterdag besloot ik maar eens wat actiefs te doen. Ik ging naar het kleine nationale park dat hier op de punt van het schiereiland ligt. Ik liep langs de kust richting de ingang. Plots zag ik Makake apen over de grond lopen en in de bomen klimmen. Doornormaal tussen de mensen door. Dat was wel even apart, maar het was al snel normaal. Nu heb ik geen goed gevoel met die Makake, ze kijken naar alsof ze je op gaan eten. Ik heb gehoord dat je ze geen eten moet geven en vooral niet gaan rennen als ze bang wordt. Blijf rustig staan en maak je groot en loop langzaam weg. Ik besloot sowieso afstand te houden met ze. Voor 5000 roepies (37,5 eurocent) liep ik naar binnen.

Read the rest of this entry »

Sep 18

Na m’n avonturen in de bergen bij Cibodas en m’n bezoek aan het schokkende en indrukwekkende Bandung was het echt tijd voor meer rust. Dat heb ik nu gevonden in Pangandaran.

Ten noorden van Bandung ligt een nationaal park, Taman Wisata Alam. In dit park liggen 3 vulkanen. Dinsdagochtend nam ik een minibus naar het park. Het kwam er weer op neer dat ik met 15 man in een busje zat, maar het was maar voor een uurtje dus viel wel mee. Ik werd langs de kant van de weg afgezet. Liep een stuk omhoog de berg op, betaald 35.000 roepies entree (2.70 euro) en kwam er achter dat er geen busjes omhoog reden. Dan maar lopen, in de hitte 2uur ophoog. Klote, daar had ik eigenlijk geen zin in na het klim avontuur eerder deze week.
Gelukkig was er een jongen met een scooter en die bracht me voor 20.000 roepies omhoog. Boven aangekomen bekeek ik de krater van de vulkaan, at nasi goreng met ei en maakte wat foto’s. Daarna liep ik een stuk naar beneden en bekeek nog een krater op de helling van de grote vulkaan. Hier borrelde het water en voelde je de hitte uit de vulkaan komen.


De vele gidsen die zich al aan me hadden aangeboden zeiden dat het gebied moeilijk alleen te belopen was en dat het wel 2 1/2 uur zou zijn.

Nou, ik liet me niet in de maling nemen en keek in m’n lonely planet en vroeg aan wat lokalen hoe de situatie was. Het was dus makkelijk te doen! Op m’n gemak liep ik de vulkaan af door het regenwoud.
Onder tussen was het alweer kwart voor 3 en moest ik een busje zien te regelen om weer naar Bandung te geraken. Ik stond nog geen 3 minuten langs de weg of er kwam er al een langs. Hupakee, daar zat ik alweer tussen de Indonesiërs.  Binnen een uur was ik weer bij Bandung station. Ik regelde eerst voor de volgende dag een bus naar Pangandaran, voor 120.000 roepies. De rit zou zo’n 6 uur zijn. Fijn eindelijk naar het strand en de rust.
’s Avonds at ik in m’n eentje bij Restaurant 888. Er was helemaal niemand in het restaurant, maar volgens de Lonely Planet was het prima eten, en dat klopte ook wel. Lekker naar bed gegaan met de gedachten weg te gaan uit de drukte en het toch niet relaxed guesthouse in Bandung.

Woensdagochtend zat ik om 6 uur in een luxe minibus en die bracht me naar m’n rust. De rit ging door steden, dorpjes, rijst velden, palmbomen bossen en overal mensen en mensen. Het is druk op Java. Een eiland met 120 miljoen inwoners! Om 11.30 kwam ik aan in Pangandaran en het voelde al direct relaxed. Ik hoorde het strand en er was een verkoelend briesje.
Er kwam al een jongen naar me toe en die nam me mee naar

een guesthouse. Komodo Island Guesthouse heet het. Een rustige plek, waar een paar backpackers zijn. Voor 60.000 roepies per nacht heb ik een 2 persoonsbed en ontbijt erbij. Hier wil ik wel even chillen.
Door de air-co voelde ik me smiddags niet top.

Dus na een lekkere lunch bij een stalletje, samen met een Engels man die aan Oxford gaat studeren, ging ik op t strand liggen en viel al snel in slaap. Na m’n eerste duik in zee, voelde ik me al iets beter.
’s Avonds raakte in aan de praat met 2 nederlandse meiden. Ik ging met ze mee uit eten. We liepen naar de fishmarket. Daar is het heerljk eten had ik gehoord. Nou, dat klopte wel. Voor 35.000 roepies (3 euro) aten we ons buikje vol met 1 kilo verse grote garnalen, heerlijk gekruid met sauce. Verder wat rijst en groente! Top! Ik voelde me moe en we liepen relaxed naar t guesthouse.

Vandaag heerlijk uitgeslapen, ontbeten, zitten lezen, liggen lezen, naar t strand gegaan, daar ook gelezen en gezwommen en nu dus m’n verhaal geschreven. Ik ga nu terug naar m’n guesthouse om te douche en dan eens kijken waar ik vanavond ga eten en eventueel met wie? Dat zie ik nog wel! Het blijft een verrassing reizen in je eentje!

Leuk weer de reacties! Top hoor!!
Fotos lukte hier niet, de verbinding is te sloom!

Dikke kus!!!